zaterdag 23 juni 2012

Een eigen fantasiewereld creëren


Afwisselend komen Anne, Joran of ik met een voorstel wat we de volgende keer gaan tekenen. De laatste keer dat wij bij elkaar waren, had Joran gezegd graag eens fantasiefiguren te willen tekenen. Niet verwonderlijk gelet op zijn interesse in aliens! In de tekenopleiding had ik al eens voorbeelden gezien van kinderen die samen een fantasiewereld tekenen. Ontzettend leuk om te zien en te oordelen naar de verhalen hadden de kinderen er veel plezier aan beleefd. Dit idee wilde ik deze keer gaan toepassen.

Ik plakte twee grote tekenvellen aan elkaar en trok een grote cirkel op het papier. Zo was er een wereld ontstaan, die nu helemaal naar de ideeën van Anne en Joran ingevuld kon worden. Ik liet hen helemaal vrij in hoe zij hun wereld wilden gaan vormgeven en gaf verder geen specifieke opdrachten. 

De fantasiewerelden van Joran (links) en Anne (rechts)

Van start
Inmiddels herken ik de werkwijze van beide kinderen. Anne heeft maar kort tijd nodig, voordat ze van start kan gaan. Joran daarentegen zit vaak te draaien, dralen, kletsen en vragen te stellen. “Mocht ik nu maar even in mijn boek kijken’, verzuchtte hij een paar keer, nadat hij een ruimteschip had getekend. Het was duidelijk dat hij een bepaald verhaal voor ogen had en dat na wilde tekenen. Ik moedigde hem keer op keer aan om los te komen van dit boek en zijn eigen fantasiewereld te creëren. Soms gaf ik hem wat tips om verder te kunnen komen, maar eigenlijk de hele middag bleef het voor hem lastig om vrij te tekenen.

De wereld van Joran (9 jaar en 2 maanden)
De wereld van Joran
Wel ontstond er een heel verhaal bij zijn gedeelte van de fantasiewereld. Hij tekende verschillende landen, van de ‘goeierikken’ en de ‘slechterikken’. Rechtsonder in de tekening tekende hij een kleurentunnel, waar raketten ingezogen werden. Alle bewoners van de verschillende landen beschikten over de sleutel van deze tunnel. Als je geluk had, werd je bevrijd door een goeierik, die je terugstuurde naar de aarde. Een stuk slechter liep het me je af als je een slechterik tegen kwam... Naast de goeierikken en de slechterikken waren er de ‘gemiddelden’ die zich allemaal verzamelden in het land Aardmanos. Volgens Joran waren dat een beetje de grappenmakers. Ook Cupido ontbrak niet in zijn tekening en verhaal. Cupido zorgde ervoor dat de prins uit de fantasiewereld van Anne verliefd werd op de prinses. En zo was er door henzelf een verbinding gelegd tussen beide fantasiewerelden.

De wereld van Anne (11 jaar en 9 maanden)
De wereld van Anne
Meerdere malen verwonderden zij zich erover hoe verschillend hun getekende werelden waren. Anne had een hele vrolijke, kleurrijke wereld getekend, waar slechterikken niet in voor kwamen. Eloolstad noemde ze haar wereld en de bewoners heetten Elolen. In haar wereld was het zaterdag en had iedereen vrij van school. De aarde was zichtbaar en vanaf de aarde was er een raket de lucht ingegaan die in het heelal ging rondkijken. ‘Als het donker is, geeft de hemel licht’, zei Anne toen ze de sterren tekende. De prins vroeg de prinses ten huwelijk en natuurlijk zei ze ja! En het ruimteschip? Ook dat moest er vrolijk uitzien, met bloemetjes en rozerood gekleurd. “Tss”, zei Joran, “dat kan toch helemaal niet, een roze ruimteschip?!” “Hè, hè”, reageerde Anne, “het is toch een fantasiewereld, daarin kan toch alles?! Mensen zijn in het echt toch ook niet groen, zoals ik getekend heb?” Het deerde haar niet dat haar broer het maar raar vond, ze tekende aandachtig verder. 

Het rozerode ruimteschip (Anne)

Een alien en een heks met elkaar in gesprek. Zie ook de schrijfrichting van de gesproken woorden. (Joran)
Hoofd versus hart
Interessant in alle keren dat wij met elkaar getekend hebben, is om te zien hoe Joran vaak vanuit bestaande beelden in zijn hoofd begint met tekenen en gaandeweg soms meer in staat is los te komen uit zijn hoofd. Fantasie heeft hij voldoende, dat blijkt wel uit zijn verhaal bij de tekening van deze keer. Maar om het dan vervolgens te tekenen en daarbij zijn perfectionisme los te laten, is lastiger voor hem. Anne daarentegen laat juist vaak een tekening ontstaan, zonder vooraf precies te weten wat ze wil gaan tekenen. Het zette me wel aan het nadenken. Hoe zou ik Joran kunnen ondersteunen bij het meer loslaten van het denken tijdens het tekenen? En in plaats vanuit zijn hoofd vanuit zijn hart te gaan tekenen? Een mooie uitdaging voor mijzelf voor de volgende keer!

Tot slot
Anne en Joran tekenden nu ieder op een eigen helft hun fantasiewereld. Je kunt er ook voor kiezen om de wereld telkens wat te draaien, zodat ze overal op papier uiting kunnen geven aan hun fantasie en er één gezamenlijke wereld ontstaat. Ook kun je de opdracht specifieker maken, door bijvoorbeeld voor te stellen een dierenwereld te tekenen.

woensdag 9 mei 2012

Een stilleven van fruit


In mijn vorige artikel schreef ik dat ik Joran de volgende keer wilde uitnodigen om groter te gaan tekenen dan hij doorgaans doet. Op deze manier wilde ik hem laten ervaren hoe het is om meer ruimte op papier in te nemen en zichzelf in een tekening steviger neer te zetten. Het verzoek van Anne en Joran om fruit te gaan tekenen, bood mij hiertoe een goede gelegenheid.  Voor deze keer had ik bedacht dat we eerst verschillende soorten fruit afzonderlijk zouden gaan tekenen, om vervolgens een stilleven van fruit te tekenen.

Méér dan tekenen alleen
Bij binnenkomst liet Joran mij direct weten dat hij weer een schoolvriendje had uitgenodigd om te komen tekenen. Dit keer was Tim erbij om mee te doen. Jorans oma vertelde mij dat hij eigenlijk nooit vriendjes mee naar huis neemt om te spelen, behalve om samen te tekenen. Voor mij was dit weer een bevestiging dat tekenen méér is dan tekenen alleen en een bijdrage levert aan onder meer de sociale en emotionele ontwikkeling van een kind. 

De opdracht uitgewerkt 
Deze opdracht bestaat uit twee deelopdrachten.

1) Voor de eerste opdracht had ik een banaan, een tros druiven, een sinaasappel en een part meloen meegenomen. Elke fruitsoort liet ik hen apart tekenen, waarbij ik hen aanmoedigde om vooral de beweging te ervaren tijdens het tekenen. Door letterlijk een parallel te trekken met een specifieke beweging, wilde ik deze oefening zo laagdrempelig mogelijk maken voor de kinderen.

Een banaan kan getekend worden door op papier de beweging uit te beelden van schommelen. Heen en weer, heen en weer. Doe je dat met de kleur geel, dan ontstaat er vanzelf een soort van banaan.

Een trosje druiven kun je alsvolgt uitbeelden: stel je voor dat je op en neer aan het springen bent, je kunt het zelfs letterlijk met een kind doen. In een tekening kun je dit springen uitbeelden door met lekker veel kracht stippen neer te zetten.

Een sinaasappel tekenen is in feite te vergelijken met rondjes draaien. Door met een oranje potlood of krijt in het midden van het papier te beginnen en steeds grotere rondjes te maken, ontstaat er vanzelf de vorm van een sinaasappel.  

Tot slot een partje meloen. Ook hierbij kan het schommelen weer als voorbeeld dienen, maar je kunt bijvoorbeeld ook denken aan het glijden van een glijbaan. Door telkens een beweging van boven naar beneden te maken, ontstaat een vorm die vergelijkbaar is met een partje meloen.



Leuk om te vermelden is nog dat bovenstaande oefening met de verschillende soorten fruit ook heel goed met kleine kinderen gedaan kan worden. Een moeder van een dochtertje van drie liet mij weten dat zij samen met heel veel plezier deze oefeningen hadden gedaan. En dat deze ‘fruitschaal’, zoals haar dochtertje het noemde, voor herhaling vastbaar was.   

2) Voor de tweede opdracht rangschikte ik de verschillende fruitsoorten tot een stilleven op een schaal en liet de kinderen deze natekenen.

Stilleven van Joran, 9 jaar
Joran vond deze opdracht best lastig, omdat hij hierbij geconfronteerd werd met zijn perfectionisme. Mooi om te zien was, dat hij voor zichzelf een opening kon creëren door de bewegingen die wij geoefend hadden in de eerste opdracht, ook te gebruiken in dit stilleven. Zo had hij voor zichzelf een hobbel kunnen overwinnen, waardoor een tekening die hij eerst niet mooi vond, toch bijzonder voor hem werd.

Juist zo’n ervaring maakt tekenen met kinderen zo fascinerend voor mij. Kinderen kunnen zichzelf er door ontdekken, ontwikkelen en verrijken. Prachtig om mee te maken! 

Bijzonder om te zien was ook met hoeveel plezier Tim aan het tekenen was. De aandacht die hij er aan besteedde, is terug te zien in zijn stilleven.

Stilleven van Tim, 9 jaar


donderdag 19 april 2012

Dieren komen tot leven



Vorige week stonden dieren centraal tijdens de tekenuren op woensdagmiddag. Al eerder hadden Anne en Joran aangegeven wel eens een keer dieren te willen tekenen. Met name Joran is zich op dit moment heel erg aan het verdiepen in hoe je dieren zo waarheidsgetrouw mogelijk kunt tekenen. Meerdere keren had hij mij al gevraagd hoe je een dinosaurus kunt tekenen. Om daar een antwoord op te vinden, ben ik in de bibliotheek gaan zoeken naar een boek dat hem daarbij zou kunnen helpen. Ik kwam een mooi boek tegen: Stap voor stap tekenen van Doug DuBosque en Damon J. Reinagle. In dit boek wordt aan de hand van hele duidelijke illustraties uitgelegd hoe je allerlei verschillende soorten dieren kunt tekenen en daarnaast ook fantasyfiguren en auto’s. Tevens wordt beschreven hoe je perspectief in je tekening aan kunt brengen. Een bijzonder informatief boek!

Een verhaal tekenen
Nu had Joran mij een aantal weken geleden een verhaal laten lezen dat hij had geschreven. Natuurlijk kwamen ook in dit verhaal dinosaurussen voor! Toen al had Joran gezegd dat hij bij dat verhaal nog eens tekeningen wilde maken. Maar dat het hem ook zo leuk leek om eens aan de hand van tekeningen een verhaal te maken. Dat idee wilde ik voor deze keer gaan gebruiken.

Joran had een klasgenootje van hem uitgenodigd om ook naar ‘tekenles’ te komen, zoals hij zo mooi kan zeggen. En zo kwam het dat ik met drie kinderen, Anne, Joran en Wout, aan de slag ging om dieren tot leven te laten komen in een getekend verhaal.

Dieren op de boerderij, Anne 11 jaar
De opdracht uitgewerkt
Om te beginnen liet ik de kinderen een aantal kaartjes trekken uit het spel Beestenfeest van Margot Janssen. Dit spel, bestaande uit 48 dierenkaartjes en een kleur- en werkboek, vertelt kinderen iets meer over de specifieke eigenschappen van dieren. Bij de beschrijving van de dieren staan ook telkens vragen vermeld, die kinderen uitnodigen over zichzelf na te denken. Nadat de kinderen de dierenkaartjes hadden getrokken, las ik hen de bijbehorende beschrijvingen voor. Wellicht dat dit hen zou kunnen helpen om te starten met hun tekenverhaal.

De vraag die ik hen stelde, was eigenlijk heel breed, namelijk: “Creëer met behulp van onder meer de dieren die op de door jou getrokken kaartjes staan, je eigen verhaal.” Leuk om te zien is dan dat ze het allemaal op hun eigen manier aanpakken. Joran en Wout kozen er voor om een stripverhaal te maken, maar Anne voelde daar niet voor. Zij zocht verschillende setjes dieren bij elkaar en dacht erover na in welke omgeving zij deze dieren wilde tekenen. En alhoewel zij in eerste instantie zei geen verhaal te willen maken, bleek tijdens het tekenen dat in elke tekening toch een verhaal verborgen zat.

Het verhaal over Kiki en Giko, Joran 9 jaar
Unieke tekeningen
Ook deze keer waren de eindresultaten weer heel verschillend van elkaar. Juist dat vind ik elke keer weer zo leuk. Ieder kind geeft zijn/haar eigen interpretatie aan de vraag en creëert daarmee een unieke tekening. Bij de tekeningen van Joran viel het mij op dat hij vaak zo klein tekende. Zijn verhaal over de leeuw Kiki en gorilla Giko, speelde zich veelal in het klein af aan de onderkant van de tekenvelletjes. Dit gegeven deed mij besluiten om hem de volgende keer uit te nodigen groter te tekenen en meer ruimte in te nemen op het tekenvel.

Openingstekening van Wout, 9 jaar
Wout liet in zijn verhaal een hond een slang opeten, om die vervolgens weer uit te spugen. Want die slang bleek toch niet zo lekker als gedacht. Toen ik informeerde naar de tekst in zijn eerste plaatje, gaf hij aan dat gewoon leuk te vinden om er bij te schrijven. Heerlijk hoe kinderen kunnen zijn. Zij doen spontaan iets dat bij hen op komt en bekommeren zich niet altijd om het hoe en wat. Maar doen het gewoon omdat ze er plezier in hebben! 



Tot slot
Ook als je het spel Beestenfeest niet hebt, kun je heel goed deze oefening met kinderen doen. Laat hen dan bijvoorbeeld een verhaal tekenen, waarin onder meer hun lievelingsdier voor komt.

donderdag 5 april 2012

De eerste krabbels



In mijn vorige blog schreef ik over het tekenen van een familiebos. Een boom is typisch een voorbeeld van een universele tekening. Bijna iedereen, waar dan ook ter wereld, kan een boom tekenen.

Naast dat er universele tekeningen zijn zoals een boom en bijvoorbeeld ook een huis, zijn er universele kenmerken te zien in de ontwikkeling van kindertekeningen. Alle kinderen, ongeacht achtergrond of geboorteplaats, beginnen te tekenen door te krabbelen. Later gevolgd door onder meer de zogenaamde koppoters. In mijn blog zal ik de komende tijd zo nu en dan aandacht besteden aan de ontwikkeling van kindertekeningen. Als eerste komt nu het krabbelen aan bod.

De allereerste tekening van Amber, 1 jaar en 5 maanden
Krabbelfase
Het is nog niet zo lang geleden dat mijn dochtertje haar eerste krabbeltekening maakte. En ik me, net als menig ander ouder, apetrots voelde over deze prestatie. Met het potlood onwennig in haar handje, bewoog ze ongecontroleerd van links naar rechts. Ze had geen notie van de grootte van het blad en krabbelde vrolijk over de randen. Er verschenen wat streepjes op het papier, aangevuld met wat stippen door enthousiast met het potlood op het papier te stampen. Nog maar net begonnen, riep mijn dochtertje al “Klaar!” en smeet het potlood van zich af. Inmiddels weet ik dat dit kenmerkend voor haar is. Beweeglijk als ze zich, heeft ze nog niet de rust om lang met een tekening bezig te zijn. Toch zie ik bij haar ook hier een ontwikkeling in. Vandaag deed ze voor het eerst pogingen een rondje te tekenen. In de eerste tekening hieronder is een soort van rondje te zien links in het midden. In de laatste tekening is in het midden een rondje te onderscheiden. Deze keren bleef ze bijna helemaal binnen de grenzen van het papier en ik zag haar heel aandachtig kijken naar wat ze aan het tekenen was. Alsof ze voor het eerst echt door had dat zij het was die de tekeningen maakte. 

Amber, 1 jaar en 11 maanden

Amber, 1 jaar en 11 maanden
Deze krabbelfase, die zo rond 18 maanden begint en voort kan duren tot 2 à 3 jaar, is te vergelijken met de brabbelfase van een kind voordat het goed leert praten. Net als bij de taalontwikkeling is een kind in de krabbelfase zijn/haar mogelijkheden aan het ontdekken en ontwikkelen. Dat een kind zich niet bekommert om de randen van het papier, heeft te maken met het feit dat een kind van deze leeftijd zich nog één voelt met zijn omgeving. Er is nog geen duidelijk “ik-besef”. Dat ontstaat meestal pas rond de leeftijd van 3 jaar en is zichtbaar in tekeningen als een kind een gesloten cirkel kan tekenen. Het kind kan dan een duidelijk onderscheid maken tussen zichzelf en de wereld om zich heen.

Dat mijn dochtertje nu haar eerste pogingen doet om een cirkel te tekenen, verbaast mij niet. Ik merk aan haar dat zij steeds beter door heeft dat zij een eigen persoontje is, los van haar mamma en pappa. Op de vraag “Ik ben mamma, wie ben jij?” antwoordde ze tot voor kort nog vrolijk met “Jij!”. Maar nu antwoordt ze met enige regelmaat met haar eigen naam, Amber. Ook in haar spel zijn nu cirkels zichtbaar. Ze geniet er van om eindeloos rondjes om haar as te draaien. 

De betekenis van gekrabbel
Rose Fleck-Bangert beschrijft in haar boek Kinderen tekenen. Ontwikkeling en achtergrond de betekenis van gekrabbel. Het is interessant om te lezen dat de betekenis van de krabbelfase groot is. Zij beschrijft dat ‘uit het schijnbaar vormloze gekrabbel basisvormen ontstaan, waaruit de eerste afbeeldingen voortkomen. De eerste gekrabbelde oervormen ontwikkelen zich tot prefiguratieve basisvormen, waarmee het kind later alles kan afbeelden wat het wil.’ [1] Rose Fleck-Bangert verwijst in haar boek naar Helen Bachmann, die een boek heeft geschreven over haar jarenlange ervaringen als tekenlerares. ‘Bachmann ontdekte dat in het eerste gekrabbel van kinderen niet alleen hun geestelijke en lichamelijke toestand van dat moment tot uiting komt, maar dat daarin ook sporen voorkomen van herinneringen aan de tijd vóór hun geboorte en aan hun eerste levensjaren. Bij kinderen van twee tot vier jaar speelt de verwerking van het verleden bij het tekenen een grote rol.’ [2]

Vaak wordt gezegd dat het onbegrensde heen en weer krabbelen een weergave is van de bewegingen die het vroege embryo voorheen in de baarmoeder heeft gemaakt en ervaren. Theresa Foks-Appelman schrijft hierover: 'Het ongeboren kind, het embryo, in het vroegste stadium van zijn ontwikkeling (tot ongeveer 3 maanden na de conceptie) kent de grenzen van de baarmoeder nog niet; er is sprake van grenzeloosheid en onbewustheid.' [3]

Het is fantastisch om nu bij mijn eigen kind vanaf het allereerste gekrabbel haar ontwikkeling in de tekentaal mee te kunnen maken. Een taal die zo krachtig is dat ik er van in de ban raak.

Museumtip
Tot 22 april a.s. is in het Cobra Museum in Amstelveen een bijzonder mooie en interessante tentoonstelling te zien: Klee + Cobra. Het begint als kind.

‘Klee en Cobra toont de wederzijdse fascinatie van zowel Paul Klee als de Cobra kunstenaars voor de wondere verbeeldingswereld van het kind. In totaal zijn ruim 130 topstukken van Paul Klee en 120 hoogtepunten van Cobra met werk van onder meer Karel Appel, Constant, Corneille, Eugène Brands, Asger Jorn en Pierre Alechinsky bijeengebracht uit internationale collecties. De bezoeker ervaart hoe zowel Klee als de generatie van naoorlogse Cobra kunstenaars de vrije expressie van het kind vertaalden in een radicaal nieuwe kunst, die tot op de dag van vandaag kleurrijk, expressief, spontaan, rauw en puur is.’ [4]




[1] Rose Fleck-Bangert Kinderen tekenen. Ontwikkeling en achtergronden. Pagina 22.
[2] Rose Fleck-Bangert Kinderen tekenen. Ontwikkeling en achtergronden. Pagina 23.
[3] Theresa Foks-Appelman. Kinderen geven tekens. Pagina 32.
[4] Tekst overgenomen van de website van het Cobra Museum www.cobra-museum.nl

donderdag 15 maart 2012

Een familiebos tekenen


Op een druilerige woensdagmiddag trof ik vorige week mijn nichtje Anne en neefje Joran om weer samen te gaan tekenen. Voor deze keer had ik bedacht een familiebos te gaan tekenen, waarbij elk gezinslid afgebeeld wordt als een boom. Als je in de natuur kijkt, is geen boom hetzelfde. Dat geldt evenzeer voor mensen. De parallel was snel getrokken en in de praktijk bleken de kinderen de vertaling van mens naar boom makkelijk te kunnen maken.

De opdracht uitgewerkt
“Stel je voor dat je een boom zou zijn. Hoe zou je er dan uit zien?” Die vraag stelde ik Anne en Joran aan het begin van de tekenmiddag. “En hoe zou je pappa er uit zien als boom? En je mamma en je broertje(s) en zusje(s)?” De bedoeling van deze opdracht is dat kinderen alle gezinsleden als bomen tekenen en zo een familiebos creëren. Ter inspiratie liet ik hen nog in Het bomenboek kijken van Christa Carbo, Henk Kneepkens & Dorothé Koolen. Een prachtig geïllustreerd boek, met veel wetenswaardigheden over een verscheidenheid aan bomen.

Het familiebos van Anne (11 jaar)
Enthousiast gingen ze aan de slag. Anne had duidelijk een beeld voor ogen van de tekening die ze wilde gaan maken. Joran was soms wat zoekende, wat mede komt door het feit dat het voor hem op dit moment belangrijk is dat zijn tekeningen waarheidsgetrouw zijn. Lukt dat in zijn ogen niet, dan werkt dat frustrerend. Merk je bij je kind dat het belangrijk voor hem of haar is om technisch goed te kunnen tekenen? Schenk hier dan zeker aandacht aan, maar laat hen dit afwisselen met vrij tekenen.



Vragen stellen over een tekening
Tijdens het tekenen, vertellen kinderen vaak al allerlei dingen. Over zichzelf, over anderen, of wat hen bezig houdt. Een goede toehoorder komt zo dan ook al veel te weten. Wil je toch nog meer weten over wat een kind getekend heeft, neem dan ook letterlijk de tekening als uitgangspunt daarvoor. Een vraag als “Vertel eens, wat heb je getekend?” is voor een kind vaak lastig te beantwoorden. Benoem wat je ziet, al dan niet in vragende vorm, waardoor het makkelijker wordt voor een kind om te reageren.

Jorans familiebos (bijna 9 jaar)
Wat zijn nu bijvoorbeeld dingen waarop je kunt letten in een tekening als een familiebos? Waarbij we dus in ogenschouw moeten nemen dat alle bomen die getekend zijn, feitelijk familieleden zijn.

·       Welke boom stelt welk familielid voor?
·       In welke volgorde heeft een kind de verschillende bomen getekend?
·       Waar staat de boom van het kind zelf? En door welke bomen wordt zijn/haar boom omringd?
·       Hebben de bomen dikke of dunne stammen? En hoe lopen deze stammen van onder naar boven: van dik naar dun of andersom, of juist gelijkmatig? Met andere woorden: hoe stevig staat een boom?
·       Hebben de bomen wortels?
·       Hoe groot is hun kruin? Een relatief grote kruin kan er op duiden dat die persoon, in de beleving van het kind, veel in zijn hoofd zit.
·       Hoe zijn de verhoudingen van de verschillende bomen ten opzichte van elkaar? 
·       Hebben de bomen bladeren en/of vruchten?
·       Welk jaargetijde is het?
·       Wat zijn de weersomstandigheden? Als er bijvoorbeeld een zon is getekend, schijnt deze op alle bomen?
·       Zijn er dingen die in het oog springen?

Tot slot
Het is zeker niet mijn bedoeling te suggereren dat je al deze vragen aan kinderen moet stellen nadat zij een familiebos hebben getekend. Dan gaat het meer op een verhoor lijken en dat is natuurlijk niet de bedoeling! Te veel (door)vragen, kan kinderen huiverig maken om opnieuw te gaan tekenen. Bovendien zal een kind niet alles kunnen verklaren. Soms tekenen kinderen iets onbewust en kunnen zij er zelf nog geen woorden aan geven. Anne zegt bijvoorbeeld soms dat zij niet weet waarom ze iets op een bepaalde manier getekend heeft, maar duidelijk is dan wel dat het voor haar klopt. Maak het dan ook niet je doel om de verhalen achter of in een tekening tot in detail boven tafel te krijgen. Laat kinderen vooral genieten van tekenen, stimuleer hun creativiteit en spreek je waardering uit voor wat zij tekenen. Je zult zien dat hen dat goed doet!

Ben je geïnteresseerd om meer te weten te komen over de symboliek van de boom? Theresa Foks-Appelman besteedt hieraan aandacht in haar boek Kinderen geven tekens. Een absolute aanrader voor iedereen die zich wil verdiepen in de betekenis van kindertekeningen en kinderspel.



zondag 4 maart 2012

Tekenen met de kleuren van de regenboog

 
Vorig jaar ben ik gestart met een opleiding bij De Toverboom om kinderen te begeleiden door middel van tekenen en spiritualiteit. Al een aantal jaren stond deze opleiding hoog op mijn verlanglijstje. Vanaf het moment dat ik er aan begonnen ben, geniet ik er van. Een prachtige en boeiende opleiding die naast het beoogde doel - het begeleiden van kinderen - ook interessant is omdat deze bijdraagt aan mijn eigen ontwikkeling.

Afsluiting van het opleidingsjaar
In het kader van afronding van het opleidingsjaar is ons gevraagd een tekenopdracht te bedenken en die ook daadwerkelijk geoefend te hebben met een aantal kinderen. En zo kwam het dat ik afgelopen week op een middag met een nichtje en neefje had afgesproken om te gaan tekenen. Bij binnenkomst trof ik ook nog twee buurkinderen aan. Met dit clubje van vier ging ik aan de slag met mijn opdracht.

Ik had bedacht dat ik met de kleuren van de regenboog wilde gaan tekenen. Een regenboog bestaat – van buiten naar binnen gekeken - uit de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet. Dat de kleuren van de regenboog overeen komen met de kleuren van de chakra’s is iets dat ik in mijn voorbereiding op deze middag heb meegenomen. Door met alle chakra kleuren te tekenen, kan tekenen harmoniserend werken. Ik heb er echter voor gekozen om dit niet te bespreken met de kinderen. Achterliggende gedachte hierbij was dat ik hen vooral wilde laten genieten van het tekenen met kleuren en hen hierbij niet wilde overvoeren met informatie.  

Om lekker te kunnen tekenen, zijn goede materialen belangrijk. Ik had fijn papier bij me en een aantal mooie tekenmaterialen: Lyra potloden, wasblokjes van Stockmar en oliepastels van Van Gogh. Het is leuk voor kinderen om verschillende materialen uit te kunnen proberen.

Kleurencirkel van mijn nichtje (11 jaar)
De opdracht uitgewerkt
De opdracht bestaat uit twee deelopdrachten.

1. Mijn eerste vraag aan de kinderen was of ze met de kleuren van de regenboog een kleurencirkel wilden maken, daarbij in het midden beginnend en naar buiten toe werkend. Hierbij mochten de kleuren van de regenboog in willekeurige volgorde gebruikt worden. Feitelijk tekenden ze hiermee een mandala.
Een en dezelfde vraag aan vier kinderen, leidde tot vier heel verschillende tekeningen. De omvang van de cirkel varieerde, er was verschil te zien in de intensiteit van de kleuren en in een aantal cirkels overheersten vooral warme kleuren, waar in andere cirkels koele kleuren de boventoon voerden. 


2. Vervolgens vroeg ik hen welke kleur hen het meest aansprak. En waar deze kleur hen aan deed denken. Mijn nichtje bijvoorbeeld koos voor de gecombineerde kleur blauw – groen en zij vertelde dat deze kleur haar aan vogels en vrijheid deed denken. Aan haar en aan de anderen heb ik gevraagd om hun associatie met de gekozen kleur in een nieuwe tekening tot uiting te laten komen. En zonder ook maar enigszins te aarzelen, gingen ze aan de slag en ontstonden er vier prachtige tekeningen.

Vogels en vrijheid uitgebeeld door mijn nichtje (11 jaar)

Het was heerlijk om hen zo te zien genieten. Er verschenen rode blossen op de wangen en drinken bleef onaangeroerd staan, zo intensief waren ze er mee bezig.
Mijn neefje vroeg aan het einde “En, wat hebben we nu geleerd?” Ik vroeg hem die vraag zelf te beantwoorden, waarop hij reageerde met de opmerking “Ik heb vooral heel erg genoten!” Die reactie maakt me blij, want daarmee was ik in mijn opzet geslaagd.

Vervolg
Hun enthousiasme was zo groot, dat die middag spontaan een tekenclubje is ontstaan dat vanaf nu elke woensdagmiddag bij elkaar komt. Een groter compliment hadden ze me niet kunnen geven.

Deze week gaan we een familiebos tekenen. Benieuwd naar deze opdracht en de resultaten hiervan? Blijf dan mijn blog volgen!